donderdag 5 maart 2015

Waarom is het zo moeilijk een scriptie te schrijven.


Waarom is het zo moeilijk om een scriptie te schrijven? Omdat de hogeschool het je niet leert, zegt taallector Amos van Gelderen. ‘Niet zo vreemd dus dat studenten er maar een gooi naar doen.’
scriptie - Aniek BartelsHet schrijven van een scriptie is als een eindsprint naar de finish van een lange marathon: het geeft glans aan je welverdiende diploma. In theorie. Want in de praktijk blijkt de scriptie vaak een struikelblok voor studenten. Studenten hebben soms geen idee wat er van ze verwacht wordt en ze schakelen steeds vaker de (betaalde) hulp in van een scriptiebureau.
Waarom hebben studenten zoveel moeite met de eindscriptie? Taallector Amos van Gelderen van de Hogeschool Rotterdam ziet twee dingen. Ten eerste leren opleidingen hun studenten simpelweg niet hoe ze een scriptie moeten schrijven. Na ruim drie jaar moet je er gewoon aan beginnen. Daarnaast zijn de eisen die opleidingen aan de scripties stellen vaak vaag en abstract.
Tegelijkertijd krijgen steeds meer opleidingen kritiek omdat de kwaliteit van het afstudeerwerk van hun studenten ondermaats is. Opleidingen schroeven de eisen op. Studenten die de komende tijd afstuderen, zullen aan zwaardere eisen moeten voldoen.
1.Studenten leren het niet
Studenten schrijven tijdens hun opleiding natuurlijk van alles en nog wat, maar krijgen zelden commentaar op de schrijfkwaliteit van het ingeleverde werk, ziet Van Gelderen. Docenten kijken vooral of de student de stof heeft begrepen, maar of de student helder, doordacht en doelgericht schrijft, is bijzaak.
Schrijven is denken, plannen, organiseren en argumenteren, legt Van Gelderen uit. Het is een conceptuele bezigheid waarbij je steeds moet bedenken of wat je schrijft juist is, of het op de juiste plek staat en of het juist geformuleerd is. En dat leren studenten niet. Dat bleek recent ook weer uit een onderzoek naar taalvaardigheid (zie ‘infographic’, p.4): Nederlanders met een hbo-diploma op zak zijn ongeveer even taalvaardig als havisten. De onderzoekers concluderen dat het hbo weinig aan de taalvaardigheid van studenten lijkt toe te voegen.
‘Afstudeerscripties blijven qua taal inderdaad vaak op havo-niveau hangen’, aldus Van Gelderen. ‘Het punt is alleen dat we niet anders zouden moeten verwachten. We geven studenten geen taalles, dus is het niet zo gek dat studenten er maar een gooi naar doen in hun scripties.’
2. Kritiek op kwaliteit = eisen omhoog
Ondertussen wordt de scriptie alleen maar belangrijker. Ook de opleidingen worstelen ermee. Een hbo-opleiding wordt iedere zes jaar gekeurd door een accreditatiecommissie, die onder andere naar de kwaliteit van de afstudeerscripties kijkt. Door wijzigingen in het keuringsstelsel geven deze commissies steeds vaker en zwaardere kritiek op de kwaliteit van scripties. Sommige opleidingen krijgen zelfs een onvoldoende. De commissie concludeert dan bijvoorbeeld dat te veel scripties wat hen betreft onvoldoende zijn, terwijl docenten ze een voldoende gaven.
Ook op de Hogeschool Rotterdam kwamen de afgelopen jaren onder andere de opleidingen verpleegkunde, maatschappelijk werk en dienstverlening (mwd) en de master begeleidingskunde niet door de keuring door een onvoldoende afstudeerniveau. De accreditatiecommissies zagen bij deze opleidingen te veel scripties die onder de maat waren. Van de scripties van begeleidingskunde vond het accreditatiepanel in 2012 onder andere dat ze niet goed geschreven waren. De ‘tentoongestelde taalvaardigheid’ was ‘ontoereikend’. Bij verpleegkunde zag het accreditatiepanel in datzelfde jaar dat studenten onvoldoende in staat waren om kritisch op de theorie van hun vak te reflecteren. De vraagstelling was ‘te breed geformuleerd’ en de keuzes van studenten waren niet, matig of zelfs verkeerd onderbouwd.
Het gaat dus niet over punten en komma’s maar over conceptuele vaardigheden. Ook over het afstudeerwerk van mwd was de accreditatiecommissie niet tevreden. Over de scripties en andere verslagen van studenten zegt het panel dat het niveau ‘aan de lage kant’ is. En: ‘In veel projecten is de verbinding tussen probleemstelling, literatuur, methode en conclusie diffuus.’ De opleiding heeft een jaar de tijd gekregen om het afstudeerniveau te verbeteren. Uit het verbeterplan van mwd blijkt onder andere dat de opleiding de afstudeercriteria wil verduidelijken.
Degenen die dit jaar of volgend jaar aan hun hbo-opleiding beginnen, zullen veel meer les krijgen in het opzetten van een onderzoek en misschien zelfs in het schrijven van een scriptie. ‘Bijna alle opleidingen hebben sinds kort een onderzoekslijn in het curriculum verwerkt’, zegt Simone Kooij van de dienst onderwijs & kwaliteit en lid van de expertgroep toetsing. De studenten die nu afstuderen, hebben daar echter niet zoveel aan. ‘Die moeten bijgespijkerd worden’, zegt Kooij. En behoorlijk ook, want voor hen is de lat tijdens hun studie al omhoog gegaan.
‘Je kunt niet verwachten dat studenten op basis van vage eisen een goede scriptie schrijven.’
3. De eisen zijn vaag en abstract
Amos van Gelderen ziet ook een voordeel in de nieuwe nadruk op scriptiekwaliteit: ‘Als het voor de opleidingen belangrijker wordt dat studenten goede scripties schrijven, gaan ze misschien ook duidelijker en meer specifieke eisen stellen.’ Dat is precies wat mwd in haar verbeterplan belooft te gaan doen. Duidelijke criteria zijn een belangrijke voorwaarde, zegt Van Gelderen. ‘Je kunt niet verwachten dat studenten op basis van vage eisen een goede scriptie schrijven. Als de eisen niet duidelijk zijn, krijg je bovendien de onwenselijke situatie dat het cijfer helemaal afhangt van welke docent je scriptie begeleidt.’ Maar het opstellen van duidelijke beoordelingscriteria is niet zo makkelijk. In een ideale wereld kun je de beoordelingscriteria als student naast je scriptie leggen zodat je zelf kunt zien wat je goed of fout hebt gedaan. Maar als de criteria zó concreet zijn dat het schrijven van een scriptie enkel een invuloefening wordt, leer je er niet veel van.
‘Wij adviseren opleidingen altijd naar de competenties te kijken die studenten moeten beheersen en om daar dan concrete criteria uit af te leiden’, vertelt Simone Kooij. De vraag is wel wat dan precies ‘concreet’ is. Kooij heeft ook geholpen bij het maken van een nieuwe afstudeerhandleiding voor mwd. Daarin staan achttien criteria waaraan een scriptie moet voldoen. Nummer elf luidt: ‘De onderzoeksmethode is correct, helder beschreven’; of, nummer zeven: ‘De onderzoeksvraag is uitgewerkt in relevante deelvragen.’ En  nummer dertien: ‘De resultaten zijn helder en objectief beschreven.’ Kun je als student bepalen wat dan precies ‘correct’, ‘helder’, ‘relevant’ en ‘objectief’ is?
Kooij beaamt dat er nog een zekere abstractie in deze criteria zit, maar dat gebeurt met een idee. ‘We gaan ervan uit dat de studenten gedurende hun studie hebben geleerd met steeds abstractere criteria om te gaan.’ Dat de vierdejaars van nu daar niet expliciet in zijn geschoold klopt, denkt ook Kooij, vandaar dat de afstudeerders van nu ook meer begeleiding moeten krijgen. Bij de lerarenopleiding Nederlands gebruiken ze een iets ander systeem bij schrijfopdrachten, vertelt Rianne de Zeeuw-Oprel: Rubrics. De Zeeuw-Oprel, projectleider taalbeleid en docent Nederlands, vertelt hoe de rubric eruitziet voor de afstudeerscriptie Nederlands. Voor zes thema’s is steeds op vijf verschillende niveaus beschreven waar de scriptie aan moet voldoen. Bevat de inleiding bijvoorbeeld een onderzoeksvraag, doelstelling en zijn de belangrijkste begrippen gedefinieerd? Voldoende. Zit dat er allemaal niet in? Zeer onvoldoende. ‘Het geeft de student iets meer houvast, omdat je beter kunt zien wat er van je verwacht wordt’, zegt De Zeeuw-Oprel.
Van Gelderen ziet liever een duidelijker opdrachtomschrijving. ‘Vanaf het begin moet veel helderder zijn wat het doel is van de tekst en voor wie hij geschreven wordt. Als daarnaast duidelijk is wat de  lengte van de tekst moet zijn, welke onderdelen hij moet bevatten en wat voor bronnen je moet gebruiken, dan is het niet zo moeilijk om goede beoordelingscriteria toe te passen.’
‘Voor het nakijken van een tentamen staat een kwartier. Als de docent feedback wil geven, doet hij dat al snel in zijn eigen tijd.’
Tijd en geld
De conclusie is voor iedereen evident. Neem je de scriptie daadwerkelijk serieuzer, dan moet je ook serieus werk maken van het aanleren van scriptievaardigheden. Meer feedback op schrijfsels van studenten gedurende de opleiding. Of misschien wel: überhaupt feedback geven. Dat is waar het voor Van Gelderen begint. Niet met aparte schrijfvaardigheidslessen, maar met vakdocenten die schrijfopdrachten van studenten breder beoordelen dan alleen op vakkennis.
En daar doemen twee grote problemen op: Tijd. En de vraag of docenten zelf voldoende schrijfvaardig zijn. De Zeeuw-Oprel: ‘Ik denk dat iedere docent graag méér feedback zou geven, maar dat kost veel tijd. Voor het nakijken van een tentamen of verslag staat een kwartier. Als je feedback wilt geven of een verbeterde versie wilt terugzien, doe je dat dus al snel in je eigen tijd. Dat is wat veel docenten doen.’ Maar het is ook de schrijfvaardigheid van docenten die in het geding is, zegt Amos van Gelderen. ‘Voor vakdocenten geldt: schrijven over je vak hoort bij je vak. Dus ook docenten moeten zich in het schrijven gaan bekwamen.’ Van Gelderen windt er geen doekjes om. ‘Als je echt iets aan schrijfvaardigheid wilt doen, dan gaat dat geld kosten.’
Tekst: Olmo Linthorst
Illustratie: Aniek Bartels

(Bron: http://profielen.hr.nl/2014/waarom-een-scriptie-schrijven-zo-moeilijk-is/ )

Geen opmerkingen:

Een reactie posten